Doornik en de Schelde
De Schelde ontspringt in Frankrijk, in de Aisne dicht bij St. Quentin en mondt na 355 km uit in de Noordzee. In het Latijns wordt hij Scaldis genoemd, in het Frans Escaut, en het is een van de belangrijkste rivieren van België.
 
Doornik, stad die van oudsher aan de oevers van de Schelde gevestigd is, millennia oud, tweede oudste stad van het land, heeft een aanzienlijk deel van zijn welvaart, van zowel zijn historisch als economisch prestige te danken aan zijn bondgenootschap met de Schelde.
 
De rivier diende meermaals als natuurlijke grens.
 
In de Gallo-Romeinse tijd scheidde hij Germania Secunda (Keulen) van Belgica Secunda (Reims).
 
Na de dood van Chlodovech en de verdeling van zijn immens koninkrijk maakten zijn kleinzonen van de Schelde de grens tussen Neustrië et l’Austrasië.
 
In 843 kwam de linkeroever van Doornik door het Verdrag van Verdun onder het Frankische Rijk van Karel de Kalen en de rechteroever werd toegewezen aan Lotharius en bij de dood van deze geannexeerd bij Germanië, dat later het Germaanse Heilige Roomse Rijk werd. Zo bevond elk van beide oevers van Doornik zich in een ander land.
 
De Schelde fungeerde opnieuw als grens bij de oprichting van de diocesen in 1146. Het diocees Doornik bevond zich op de linkeroever van de Schelde en strekte zich uit tot aan de Noordzee terwijl aan de overkant de rechteroever deel uitmaakte van het diocees Cambrai.
 
Het geografische belang van dit diocees Doornik, dat tot in 1559 de steden Gent en Brugge omvatte, heeft sterk bijdragen tot zijn welvaart. De stroom vormde een ideale toegangsweg naar Vlaanderen, Engeland en Duitsland met zeer lucratieve uitwisselingen met de buitenwereld tot gevolg. De economie van Doornik kende een ongeëvenaarde bloei dankzij de handel in stenen van Doornik, beeldhouwwerken uit Doornikse ateliers, lakens en tapijten die werden geweven in de Doornikse ateliers en later dankzij het porselein, een handel die hoofdzakelijk via de Schelde werd gedreven. Maar ook ideeën werden verspreid, zoals architecturale vormen waarvan die men terugvindt in Gent en Antwerpen, evenals nieuwe religieuze ideeën. In dit opzicht was Doornik een van de eerste steden die gewonnen was voor de ideeën van de Hervorming van de 16de eeuw.
 
Een dergelijke welvaart wekt altijd afgunst op. De stad heeft dan ook veel vijandige aanvallen ondergaan, waarvan de Schelde vaak zowel de vector als het toneel was. Zoals tijdens de invallen van de Noormannen in de 9de eeuw die de stad verwoestten. Na de verwoestingen door de Noormannen beschermde de stad zich met een bisschoppelijke omwalling, die werd verbreed in de 12de eeuw. Na de aankoop van terreinen op de rechteroever in de 13de eeuw werd de tweede stenen omwalling van Doornik gebouwd, voorzien van torens en twee waterpoorten, de ene stroomopwaarts, de Brug van de Chauffours, en de andere stroomafwaarts, de Gatenbrug. De Gatenbrug is een uniek overblijfsel van deze militaire verdedigingsconstructie van het einde van de 13de, begin van de 14de eeuw.
 
De Gatenbrug was het toneel van aanvallen van de Vlaamse troepen in 1340 die hem vruchteloos bestormden. Enkele eeuwen later, in 1940, werd hij in het midden verwoest, maar weer opgebouwd en verhoogd na de Tweede Wereldoorlog. Ook nu is de Gatenbrug het onderwerp van gesprekken en het lot dat hem te wachten staat in het kader van de bevaarbaarmaking van de Schelde voor grote schepen.
 
Het aanzien van de Schelde in Doornik kende twee verschillende periodes, namelijk die voor Lodewijk XIV en die na Lodewijk XIV.
 
Voor de Zonnekoning had de stroom in de stad een natuurlijke aanblik met zacht glooiende oevers die overstroomden. Bovendien maakten veel hindernissen in de vorm van eilandjes, molens en dammen allerhande het varen moeilijk of zelfs onmogelijk op bepaalde momenten van het jaar. Het Folkloremuseum van Doornik bevat een maquette van de Schelde voor Lodewijk XIV.
 
Onder de heerschappij van Lodewijk XIV veranderde de situatie drastisch met de kanalisering van de bedding van de Schelde en de bouw van kades met mooie huizen, vaak in Lodewijk XIV-stijl. Het gezicht van de Schelde zoals we die nu nog kennen.
 
Vandaag blijft de stroom een doorslaggevende rol spelen in de economie en het toerisme van de stad en het belang ervan blijft groeien met de intensivering van het riviertransport, dat meer ecologisch is dan het wegtransport. Tot grote vreugde van de wandelaars en de wielertoeristen worden de kaden ingericht zodat de voorbijgangers er op hun gemak kunnen kuieren met uitzicht op de boten die onder de brug Notre-Dame, de enige beweegbare brug van Doornik, door varen of ’t zich gemakkelijk kunnen maken op een van de vele terrasjes langs het water.
 
Kortom, de Schelde en Doornik, Doornik en de Schelde, dat is een liefdesverhaal van een oud koppel dat nog een lang leven tegemoet gaat!
 
Vereniging van de Gidsen van Doornik - Frédérica Sinke-de Rop